In de jaren ’70 en ’80 was het water in onze Belgische kanalen diep groen gekleurd. Het water in onze rivieren en beken was soms bruin, soms zwart, soms rood, soms paars, soms blauw,… en stinkend.
Onze beken en rivieren zijn nu zuiver genoeg om levenskrachtig te zijn, en dat is fantastisch. Maar laat ons vandaag de kanalen eens meer in detail bekijken.
Een generatie geleden werd kwistig gebruik gemaakt van mest en meststoffen. Drainage van landbouwvelden was nog niet tip top, rioolwaterzuivering gebeurde niet, en daarom kwam er veel fosfaat en nitraat in het water terecht. In de basis: stikstof en fosfor.
Nu, meststoffen werken ook in het water! Vandaar dat kanaalwater toen zo groen was: algen zijn ook planten, doen ook aan fotosynthese, zijn ook groen, en profiteren ook van bemesting. Visputten en ’trophy lakes’ worden trouwens ook gewoon bemest met plantenmeststof.
Doorzicht van 20 a 30cm was vroeger heel gewoon, het was echt vissen in erwtensoep. En al die algen waren voedsel voor plankton, en dat was voedsel voor witvis, en dat was voedsel voor roofvis. Er zat toen dus écht veel vis in het water. Onnatuurlijk veel zelfs.
Vissoorten die het hardest profiteerden van de groene erwtensoep waren paling, snoekbaars, brasem,… ruisvoorn misschien ook.
- Meer mosselen en schelpdieren. Vooral de stenen die scherp in de stroming liggen, hangen vol met deze scherpe, lijndoorschurende dingen. Voor de visserij geen ramp, gewoon wat meer opletten en genoeg haken meenemen.
- Meer doorzicht! Op zondagen zonder scheepvaart is er soms 5 of 6 meter doorzicht. De vis heeft het dan lastig, en kruipt weg. Met opvallende kledij aan de waterkant met een stok staan zwaaien is op zo’n dagen geen strak plan. Met dikke draad vissen is ook niet meer verstandig.
- Minder vis, spijtig maar helaas. Minder levensnoodzakelijke stoffen zoals fosfor en stikstof betekent minder bouwstenen, minder algen, minder plankton, minder beestjes, minder vis. Een slag in het gezicht van de panvissers.
- Minder vis per hectare, om specifiek te zijn. Er zijn wel terug meer vissoorten. Meerval, roofblei, fint, sneep, kopvoorn, winde, forel, … Dat zijn soorten die ietwat zuiver water nodig hebben, en ze komen spontaan terug, hoera! Behalve de fint zwemmen ze allemaal in het kanaal hier achter de hoek.
- Andere soorten moeten inbinden. Snoek neemt de plaats van snoekbaars in. Brasems lijken minder voor te komen, maar worden wel groter.
- En nu, de kat op de koord: meer waterplanten. Waar er vroeger hoogstens een lelieblad en een plukje draadalg te vinden waren, vinden we nu heelder velden vol fonteinkruid, waterranonkel, vederkruid,…